Mozes toont de wetstafelen.

Op de tafelen de tien geboden uit Exodus 20. Tekst linkertafel: EXO: XX: CAP / HOORT TOE ISRAEL : / Ick ben d¬e[n] Heere vwen Godt: die v wt / Egypten landt: wt de[n) diensthuÿse[n] gheleyt hebbe: / I / GHŸ EN SULT GEEN ANDER / GODEN BENEVEN MŸ HEBBEN : / II / GHŸ EN SULT V GEEN BEELDE[N]: / noch geen ghelÿckenisse maeken noch vant geene dat / Boven inden Hemel is: noch vant´ geene dat onder: / op der aerden is noch vant geene dat inde waeteren on: / der der aerden is En buÿcht v voor die niet: noch en / dientse niet want ick ben den Heere vwen Godt starck / en[de] jeeloers die der vaederen misdaet besoeke aende kindere[n]: / tot int derde ende int vierde lidt der geene die my haete[n] / Ende ick doen barmhartichs aen veel duysenden die: / my lieff hebben ende mÿn Gheboden onderhouden / III / GHŸ EN SULT DEN NAEME / des Heeren uws Gods: niet te vergeefs: ofte licht / veerdichlyck ghebruycken: want den Heere en sal / hem niet onghestraft laeten die syne[n] naeme misbruÿckt / IIII / GHEDENCKT DES SABBATHDACH / dat ghy dien heÿlighet: Ses daeghen sult ghÿ arbeÿden / ende al uwe wercken doen: maer oen sevensten dach is / den Sabbathdach des Heeren uws Gods: dan en sult: / Ghy geen arbeÿdt doen noch v soone: noch v dochter: / noch v knecht: noch v dienstmaeght: noch v vee: noch / den vremdelinck die binnen uwer stadtpoorten is: want / in ses daeghen heeft den Heere Hemel en[de] aerden ghe : / maect ende de see met alles watter inne is: Ende / rustende den sevensten dach : daeromme segende de[n] Heere / den Sabbathdach : ende heÿlichde den selven: Tekst rechtertafel: DEUT: V: CAP / V / GHŸ SULT V VAEDER / Ende uwe Moeder eeren op dat ghÿ langhe / leeft op der aerden: ende dattet v wel gae inde / landen d´welck v den Heere vwen Godt geven sall / VI / GHŸ EN SULT NIET DOODEN / VII / GHŸ EN SULT NIET EEBREKE[N] / VIII / GHŸ EN SULT NIET STELEN / IX / GHŸ EN SULT GEEN VALS GHETUŸ / GHENISSE SPREKE[N] TEGEN UWE[N] NAESTE[N]: / X / GHŸ EN SULT NIET BEGEERE[N] / uws naesten huÿs Ghÿ en sult niet begeeren uws / Naesten wÿff: noch sÿn knecht noch sÿn dienstmaegt / noch synen osse: noch synen Eesel: noch eenich / dinck dat uwen naesten toebehoort / DE SOMMA VANDE GHEHEELE WETH GODS / Ghy sult den Heere uwen Godt lieff hebben / van ganscher harten: van ganscher Sielen: Ende / van ganscher ghemoeden: Dit is het eerste ende / dat grootste ghebodt ende het tweede den selven ghe / lÿcke is: Ghy sult vwen naesten lieff hebben als / v selven. In deese twee Gheboden hangt de gansche / Weth ende de propheten: S: matt: 22 capp. De tekst is afkomstig uit de Deux-Aesbijbel.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.